De Basis van Fotografie – Back to Basics

Voordat ik in deze blog begin met de basis van fotografie, first things first. Fotografie betekent letterlijk ‘schrijven met licht’. En dat is ook precies wat je aan het doen bent, als je bepaalde camera instellingen kiest. Met die camera instellingen kun je de drie elementen van de belichting controleren. Ook wel de belichtingsdriehoek genoemd: diafragma, sluitertijd en ISO waarde. Hiermee kun je effecten in de foto creëeren, zoals de mate van scherpte en beweging. En dit zorgt dan voor een speciale sfeer in de foto. Hieronder zal ik ze om de beurt uitleggen.

Diafragma
Het diafragma is vergelijkbaar met de pupil van je eigen ogen. Het is een opening die kleiner wordt als er meer licht is. En groter wordt als er weinig licht is. Je kunt dit bijvoorbeeld ook heel goed zien bij katten. Het diafragma wordt aangeduid met een F-getal. Zoals F1.4, F2.0 of F16. Hoe groter het getal, hoe kleiner het diafragma. En hoe kleiner het getal, hoe groter het diafragma. In het begin kan dit behoorlijk verwarrend zijn! Het diafragma dat jij of de camera kiest, bepaalt de mate van scherpte in de foto. Dit noem je de scherptediepte. Een kleine scherptediepte is vaak mooi bij portretten:

De basis van fotografie - groot diafragma, Jessica

Klein getal, zoals F1.4 = groot diafragma = kleine scherptediepte
Groot getal, zoals F8 = klein diafragma = grote scherptediepte

Sluitertijd
De sluitertijd is de tijdsduur dat de sluiter van de camera open is. Gedurende deze tijd wordt de foto gevormd op de digitale beeldsensor. Of, op het filmvlak, in geval van analoge fotografie. De sluitertijd wordt aangeduid met een getal in seconden. 1/1000 seconde is bijvoorbeeld een snelle sluitertijd, en 2 seconden is een lange sluitertijd. De sluitertijd die jij of je camera kiest, bepaalt de mate van beweging (of bevriezing) in de foto. Met een lange sluitertijd kun je de suggestie van beweging benadrukken door bewegingsonscherpte. Terwijl met een snelle sluitertijd kun je een bewegend onderwerp echt bevriezen:

De basis van fotografie - snelle sluitertijd, judo

Klein getal, zoals 1/1000 s = snelle sluitertijd = bevriezing
Groot getal, zoals 2 s = lange sluitertijd = beweging (waas van -)

ISO waarde
De ISO waarde is hoe gevoelig de digitale sensor voor licht is. Bij analoge fotografie noem je dit de ASA waarde, maar komt op hetzelfde neer. De ISO waarde wordt aangeduid met een getal, zoals 50, 100, 200, 400 of 800. Hoe hoger het getal, hoe gevoeliger de sensor voor licht. Ga je bijvoorbeeld van ISO 200 naar ISO 400, dan is de sensor 2x zo gevoelig voor licht om precies te zijn. Het voordeel van een hogere ISO, is dat je flexibeler bent in de keuze van je diafragma en sluitertijd combinatie. En je kunt ook als het wat minder licht is, nog fotograferen. Het nadeel van een hogere ISO, is dat er ruis optreedt. Dit leidt tot kwaliteitsverlies in de foto. Probeer als richtlijn je ISO waarde zo laag mogelijk te houden!

Conclusie
Je zou fotografie ook kunnen vergelijken met muziek maken. Daar heb je verschillende instrumenten, zoals een piano, een gitaar of een stem. Als je deze in een mooie harmonie weet te combineren, dan kun je prachtige muziek creëren. Hetzelfde geldt voor fotografie. Als je de drie elementen van de belichtingsdriehoek op een bepaalde manier instelt – diafragma, sluitertijd en ISO waarde, dan kun je echt bijzondere foto’s maken. Maar de belichtingsdriehoek is slechts het technische deel van de basis van fotografie. Er zijn nog drie andere hele belangrijke elementen:

* Compositie
* Standpunt
* Moment

Deze laatste drie noem ik de soft skills van fotografie. Deze zijn niet of nauwelijks te kwantificeren, in tegenstelling tot de belichting. Ze zijn meer de gevoelsmatigekant van fotografie, die je ontwikkelt door veel te oefenen en ervaring op te doen. Ook het goed bekijken en bestuderen van bijvoorbeeld fotoboeken kan hierbij enorm helpen.