Sluitertijd

De sluitertijd is de tijd dat de sluiter van de camera open is, waarbij er licht op de sensor valt. De sluitertijd wordt weergegeven in seconden of delen van seconden, zoals 1 seconde (ook wel genoteerd als 1″), 1/2, 1/4, 1/8, 1/15, 1/30, 1/60, 1/125, 1/250, 1/500, 1/1000, 1/2000 en 1/4000 van een seconde. De sluitertijd in de genoemde reeks wordt van links naar rechts steeds sneller. De andere kant op wordt de sluitertijd juist langzamer.

Een handige richtlijn is dat je sluitertijd hetzelfde of zelfs sneller is dan de brandpuntafstand van je lens – om te voorkomen dat je bewegingonscherpte krijgt als je fotografeert vanuit de hand. Dus als je een 24 mm lens gebruikt, kies dan een sluitertijd die 1/30 seconden is, of sneller. Met bijvoorbeeld een 200 mm lens, neem dan een sluitertijd van minstens 1/250 seconden.

Als je gebruik maakt van een statief dan kan je het je veroorloven om een langzamere sluitertijd te kiezen, dan gesteld volgens bovenstaande richtlijn. Tenzij je een beweging wilt bevriezen, dan heb je per definitie een snelle sluitertijd nodig. Als je juist een waas van beweging wilt fotogaferen (bewegingsonscherpte), dan heb je een relatief langzame sluitertijd nodig.

Aanbevolen pagina’s:
Belichting
ISO waarde
Diafragma